door Liv Laveyne
Rond HETPALEIS is geen gracht vol water. HETPALEIS ligt aan een druk plein waar 's zaterdags olijven, vlees en vis worden verkocht, en als de marktkramers wegtrekken, overtreffen skaters er elkaar met hun kunsten of verpozen er bij een pak friet. HETPALEIS heeft geen ophaalbrug, maar trappen die te allen tijde beklommen kunnen worden en grote glazen deuren, gastvrij opengehouden door een portier.
Binnenin zit een bont gezelschap aan de dis: een sire, een prins, een graaf, gravin, hertogin, twee schildknapen en een avonturier. Brood hebben ze al, over de spelen wordt gepassioneerd gediscussieerd. Want één iets hebben ze gemeen: ze verstaan allen de weledele kunst van het theater maken.
Ze halen herinneringen op aan hun vervlogen kinderjaren. Sire woont in de stad waar Schelde en Leie samenkomen en groeide er op in een arbeiderswijk met de poppen Pierke en Louis de lapkesdief. "Dat waren voor mij mythologische figuren. Toen ik een jaar of drie geleden met mijn dochter nog eens naar dat poppenspel ging kijken, werd ik er nog even straf door gepakt." De avonturier herinnert zich hoe vlindermensen door de zaal vlogen, of hoe de kinderen zelf het bos mochten vormen, of hoe die lichtjes allemaal dansten op toneel." De prins mijmert over de jonge knaap die over het balkon van de schouwburg leunde om die sprookjeswereld te kunnen ruiken. Maar lang niet iedereen heeft herinneringen die zover reiken: de graaf had als kind nooit jeugdtheater gezien en toen hij later ermee in contact kwam, vond hij er aanvankelijk niks aan. De klik kwam pas toen hij Eva Bal ontmoette, een barones die het kindertheater au sérieux neemt. "Weet je wat het is?" zegt de graaf, die een belezen man is, "Veel jeugdtoneel wordt gespeeld alsof kinderen achterlijk zouden zijn. Kindertheater moet meer dan goed zijn." Daarin geeft de portier hem overschot van gelijk: "Kinderen krijgen toch ook het wit, het beste van het vlees, dus waarom zou dat voor theater niet gelden?" Het voltallige gezelschap klapt enthousiast in de handen.
Alice zonder toverdrank
“Je maakt theater voor kinderen, niet om het kind in jezelf tevreden te houden,” monkelen de criticasters in het jeugdtheaterrijk wel eens. Maar is er een verschil? Het ware gemakkelijk geweest: een slok van de toverdrank en je kunt als kleine mens die konijnenpijp door zoals Alice terechtkwam in Wonderland. "Ik zal eerlijk zijn", fluistert de graaf. "Ik zou niet weten hoe je dat doet: kindertheater maken. Ik wil gewoon aan het kind in mij verhaaltjes vertellen." Sire stelt de graaf gerust: "Ik zal je eens wat zeggen. Al mijn stukken noem ik familievoorstellingen. Daarom speel ik ook geen schoolvoorstellingen: ik heb graag een gemengd publiek. Geef toe: een zaal vol met zestienjarigen, dat is toch pure gettovorming?! Ze zitten al samen op de schoolbanken, in de scouts en spelen samen voetbal. Het mooie aan theater is net de ontmoeting tussen verschillende generaties", pleit sire. "Ons hoofd is een macaroni van herinneringen. We moeten er alleen op letten dat we het steeds hebben over het nu. Daarmee bedoel ik niet de naakte actualiteit. We moeten het publiek verleiden en het onze wereld binnenloodsen. Dat lukt pas als we hun wereld aanspreken." "Geef me de vijf, graaf,' zegt sire en ze klinken op hun verstandhouding.
"Zet een volwassene terug bij pubers of peuters en hij wordt binnen de tien seconden weer een puber of een peuter", zegt de graaf. "De leeftijd die je achter de rug hebt, kan je zo terughalen. Althans die potentie heb je. Het gaat er mij als maker niet zozeer om het kind au sérieux te nemen maar wel de mens. Het is in wezen één en hetzelfde wezen: de eikel wordt een kiemplantje wordt een boom. Bij volwassenentheater moet je meer het intellect aanspreken, bij kinderen zit theater meer in de prikkel van de actie. Bij een kind kan je God nog laten opkomen: geen probleem zolang het verhaal maar verder gaat. Kinderen hebben een 'open verbinding'. Grote mensen sputteren tegen." Volgens de graaf bestaan er twee soorten 'mensen op leeftijd': grote mensen en volwassenen. "Een grote mens is een kind dat groot is moeten worden: het gedraagt zich verantwoordelijk, werkt om zijn gezin te kunnen onderhouden en een huis te kopen. Het neemt zichzelf vreselijk serieus en kan geen half uur bij een kind zijn zonder erdoor geïrriteerd te geraken. De grote mens heeft zich volledig afgesloten voor wat hij zelf was. Een vol-wassene beseft dat hij de boom is die uit de eikel is gegroeid, maar moet daartoe eerst zijn eigen duivels overwinnen. Dat noemen wetenschappers de midlifecrisis: het kind dat bonkt op dat grote harnas waarin het zichzelf opgesloten heeft."
De avonturier die in alle uithoeken van de wereld was, neemt zijn reisdagboek erbij. "In Rusland schrijft Maxim Gorki: ‘Je moet op dezelfde manier voor kinderen schrijven als voor volwassen, alleen beter.’ In Vlaanderen zegt theatermaker Josse De Pauw: ‘Jeugdtheater bestaat voor mij niet, er is alleen goed theater dat toevallig ook toegankelijk is voor kinderen’ Toegankelijkheid van een voorstelling is geen vies woord," voegt de prins daaraan toe, "want het is pas als je de sleutels van het kistje krijgt dat je kunt genieten van de schatten die erin zitten." "Maar dat is iets anders dan overduidelijkheid", mengt nu ook de schildknaap zich in de discussie: "Sommige jeugdtheatervoorstellingen vertellen netjes een verhaal van A tot Z zonder daarbij een letter over het hoofd te zien. Ik vind het vreselijk als die duidelijkheid er wordt ingeramd." De portier, die wel vaker de deur openhoudt voor vreemde snuiters, spreekt uit ervaring: "Sommige cowboys zijn ook indianen en lang niet alle heksen zijn slecht. Op het podium moet je niet zwart-wit denken, maar alle nuances laten zien want zo is ook het leven."
"Neem nu het doorbreken van theatercodes", zegt de graaf. "Dat is zo'n theoretische term die vanaf de zijlijn door theaterwetenschappers en dramaturgen wordt getraceerd. Maar kinderen zijn daar heel spontaan voortdurend mee bezig. Theater is een spel en een kind doet niet anders dan spelen", en hij vertelt een waar gebeurd verhaal. "Een jongetje van zes dat met een dennenappel aan het spelen was, vroeg me: 'Wat is dit?' ‘Een dennenappel’, zei ik. ‘Nee,’ zei het kind, ‘dat is een kerstboom.’ Toen hij enkele minuten later terugkwam vroeg hij opnieuw: 'Wat is dit?' 'Een kerstboom', zei ik. 'Mis', zei het jongetje, 'je ziet toch dat dit een dennenappel is!'"
"Zo zie je maar", zegt de prins. "Kinderen verstaan veel meer dan volwassenen denken. Na een voorstelling krijg ik soms tekeningen toegestuurd waaruit blijkt dat kinderen heel ontvankelijk zijn voor de tweede en derde betekenislaag die je in een stuk steekt." "En ik ken veel volwassenen die niet verder zien dan hun neus lang is", voegt sire er met een knipoog aan toe. De gravin lacht: "Kinderen zijn jonge mensen, soms met een oude, soms met een prille ziel. Het zijn individuen, die je als maker, omdat ze nog klein zijn, juist niet als klein moet aanspreken." "Wanneer ik met kinderen praat over 'ernstige zaken', merk ik dat de vragen nog steeds hetzelfde zijn gebleven als toen ik jong was", zegt de hertogin. "Vragen groeien met de leeftijd: hoe meer grond je ontgint, hoe groter je grensgebied wordt", spreekt de graaf minzaam.
"Ik geloof niet in de volwassene-die-weet-en-het-kind-dat-niet-weet", spreekt sire. "De verpakking verandert misschien maar de thema's blijven: de spanning van ik tegenover wij, man tegenover vrouw, ouder tegenover kind. Of je nu 15 of 45 bent: wat ons bindt is dat we allemaal een background hebben, hoe verschillend ook." De graaf, die zelf al wat oudere kinderen heeft, knikt instemmend: "Als vader kan ik iedereen twee zekerheden verklappen: kinderen blijven kinderen en pubers blijven pubers. Al hebben ze bakken volwassen seks op tv gezien, seks blijft iets dat jongeren heimelijk moeten ontdekken en waarover ze zeker niet teveel met hun ouders willen keuvelen. Maar dat neemt niet weg dat de tijden veranderd zijn: met de globalisering is ook ons mensbeeld veranderd. Mijn oudste zoon spreekt Antwerps waarin Arabische klanken doorklinken, mijn dochter haar Nederlands neemt accenten over uit een Amerikaanse tv-serie als 'Friends'."
De prins haalt als voorbeeld een voorstelling aan die hij onlangs met kinderen heeft gemaakt: "Toen ik zei: 'En hier gaan we een grammofoon gebruiken', verstonden ze bijgod niet wat ik bedoelde, maar over MP3 spelers konden ze me alles vertellen. Bovendien is bepaalde kennis die vroeger algemeen was, nu niet langer een evidentie doordat je publiek meer divers en multicultureel wordt." De portier merkt op dat binnen de stadsring waarin HETPALEIS gelegen is 172 verschillende nationaliteiten wonen, zestig procent van de lagere schoolkinderen is van niet-Nederlandstalige origine. "We hadden ooit eens een klasje op bezoek tijdens een voorstelling van 'Roodkapje'. Een acteur met bonten colbertje vertolkte de wolf. De voorstelling kwam totaal niet over omdat de klas, die voor het merendeel uit allochtonen bestond, het sprookje van Roodkapje niet kende."
De twee schildknapen gaan wel eens naar scholen om de troepen te schouwen en het tekstmateriaal uit te proberen. "Als je in een repetitieruimte zit, zijn leeftijdstermen als 6+ of 10+ heel abstract. Het is pas als je in zo'n klasje komt dat je ziet: Aha, dat is de wereld waarvoor ik iets maak. Maar uiteindelijk is ook dat relatief: de ene zesjarige lacht met visuele grappen, de andere heeft al meer vat op het spel met woorden." "Het is belangrijk te luisteren naar de bel die geluid wordt", zegt de portier. "Een van onze HETPALEISbewoners is vorig jaar met de theatervoorstelling Geest naar beroepsscholen getrokken, omdat het heel moeilijk was die doelgroep in het theater te bereiken. Vaak denkt de school zelf enggeestig over haar leerlingen. Maar het is toch niet omdat je goed kunt lassen, dat je niet graag theater ziet?"
E-ducere
"In de traditionele zin van het woord vind ik educatie flauwekul," stelt de graaf fors, "maar in de letterlijke zin van het woord 'naar buiten brengen' is een onderwijzer iemand die zijn leerlingen weet te begeesteren. En dat is wat ik wil zijn: een handelaar in enthousiasme." De prins besluit dat op dit vlak er nog werk aan de winkel is in het rijk. "Ik heb gemerkt dat de gretigheid waarmee sommige leerkrachten met hun troepen naar HETPALEIS komen groot is, maar binnen het schoolsysteem schort het. In de eindtermen wordt gesproken over muzische opvoeding waartoe naast muziek ook toneel behoort. Maar voor het vak drama worden geen gekwalificeerde mensen aangenomen. Je kunt niet verwachten dat iemand die én Nederlands én geschiedenis én moraal ook nog eens vol passie en expertise aan dramalessen begint. Ik bedoel, het turnonderwijs is ook maar serieus genomen door gespecialiseerde leerkrachten aan te werven. Dat de overheid hiervoor blind blijft, verbaast me."
"We wonen in een inhoudelijk rijk theaterlandschap," sust sire, "maar qua financiën zijn we te behoedzaam, waardoor het experiment in de kiem gesmoord wordt. Je moet af en toe op je bek kunnen gaan, maar als er geen financiële ruimte is voor risico's zal je ook geen artistieke risico's nemen. Bovendien moeten we eens meer durven denken vanuit de grote zaal en desgevallend misschien minder producties maken." Sire houdt een pleidooi voor meer continuïteit, niet alleen in het theater maken voor jongeren, maar ook mét jongeren. "Als maker wil je toch niet zozeer opvoeden maar voeden? Jongeren zijn geen wegwerpmateriaal voor eenmalig gebruik. Daarom zijn workshops en een atelierwerking zo belangrijk omdat je daar een rijke humuslaag creëert." De portier knikt en vertelt hoe Chokri Ben Chikha, een Vlaamse Leeuw met Tunesische roots, twee jaar lang zal werken met migrantenjongeren aan een project, hoe tijdens de zomer een theaterwerking op poten wordt gezet en hoe jongeren tijdens het schooljaar als 'ambassadeurs' naar voorstellingen komen kijken om met de makers praten en zo hun achterban te informeren.
"Dat de meeste kinderen liever cola drinken dan water, dat er meer volk naar televisie kijkt dan naar het theater gaat: dat is een realiteit. Het heeft geen zin om ons daarop blind te staren", vindt sire. Maar daar hebben ze in HETPALEIS iets op gevonden. In de schatkamer heeft de avonturier zo'n kijkkastje ontdekt. Er wordt een beeld geprojecteerd dat de werkelijkheid binnenskamers haalt. Hoewel alle HETPALEISbewoners er een sleutel van hebben, gaat het kastje zelden open. Maar de portier heeft nu de deur wel opengezet voor een multimediaal project. Televisieuitzendingen, theatervoorstellingen, een magazine en een digitaal platform vullen elkaar aan. De avonturier, die van geen kleintje vervaard is, werkt hieraan mee: “Theater voor jongeren is een kwetsbaar gegeven. Er bestaat televisie, internet, films, muziek, fuiven: waarom zou een jongere dan naar theater komen?" En de avonturier kijkt zijn disgenoten doordringend aan. "Omdat het verdomd goed is. Omdat er gelachen wordt. Omdat er in stilte geluisterd wordt. Omdat er magie ontstaat."
"En omdat het in de herkenning deugd kan doen", voegt de gravin er aan toe. Ze vertelt over het jongetje dat na een theaterstuk over een scheiding naar haar toekwam en zei: “Mijn mama is er ook vandoor, maar mijn papa zegt dat wij dat wel zullen overleven.” "Ook dat is een taak van HETPALEIS", vindt de portier. “We houden de kommer en kwel niet buiten, maar willen de toeschouwer wel een uitgang bieden." "En daarom geloof ik ook in een happy end", zegt de graaf, "niet als onderdeel van het verhaal, maar als onderdeel van de werkelijkheid." Dat vindt het gezelschap een bijzonder mooie en hoopvolle gedachte om mee af te sluiten.
Liv Laveyne
Een vertelling gebaseerd op interviews met theatermakers Roy Aernouts en Bert Haelvoet (in de rol van schildknapen), An De Donder (hertogin), Peter de Graef (graaf), Noel Fischer (gravin), Dimitri Leue (avonturier), Jo Roets (prins), Arne Sierens (sire) en HETPALEISdirectrice Barbara Wyckmans (portier)